24-05-17

Waals tussen Romaans en Germaans

Roger Viroux, in: Jaarboek 5, 1983, Stichting Zannekin, p.73-76

 

 

 

(p.73) Waals is een Romaanse taal, die door het Germaans - vooral het Nederlands - sterk beïnvloed werd.  Dit is normaal, vermits het taalgebied, waar Waals gesproken wordt, tussen de Franse en Nederlandse taalgebieden in ligt.

 

Waals is een Romaanse taal : de Romaanse bestanddelen zijn in het Waals talrijker dan de Germaanse.  Daarbij komt de reeds langdurige, maar hoe langer hoe indringender culturale kolonisatie door het Frans het Romaanse aandeel versterken.  Vroeger kwam dat door het gezag, dat het Frans genoot, in heel Europa, als gevolg van de schittering van het Franse hof.  Nu de Franse taal achteruitboert, blijven de school, de pers en de media de propagandamiddelen, die deze toestand verdoezelden en nu nog proberen te verdoezelen.

 

Die propagande voor de Franse taal en cultuur wordt hoe langer hoe brutaler en de jeugd leert de Waalse taal af, daar de school die hard en hardnekkig bevochten heeft : op sommige scholen werden tot een paar jaar geleden de kinderen streng gestraft wanneer ze Waals praatten.  Dit gebeurde door het schandelijk stelsel van de « plantchète” (= plankje), dat de kinderen tot verklikking aanmoedigde, daar zij de straf slechts konden ontgaan door het beruchte plankje aan een « schuldige » te overhandigen.

 

De invloed van het Germaans is begrijpelijk, eerst door de Germaanse volksverhuizingen van de 4de, 5de en 6de eeuw na Christus en het lange sarnenleven met germaanssprekenden : nederlandssprekenden in het noorden en duitssprekenden in het oosten, en dat in hetzelfde land.

(p.74) Men moet ook niet vergeten : 1) dat Brugge, Gent en Antwerpen de grote steden waren, waarlangs een belangrijk deel van de handel van Namen, Dinant, Hoei en Luik met het bultenland gedreven werd ; - 2) dat het graafschaf Namen lange tijd onder het gezag van de Graaf van Vlaanderen was en dat de Namenaars aan de Guidensporenslag deelnamen aan de zijde van de Vlamingen.  De vlag van de stad en de provincie Namen is trouwens geel en zwart ; 3) dat veel Vlamingen naar Wallonië zijn uitgeweken - mijnwerkers en landbouwarbeiders in de 19de eeuw en tot de Tweede Wereldoorlog, boeren vanaf de Tweede Wereldoorlog tot ongeveer 1970.  Pas na de Tweede Wereldoorlog gingen ze niet meer zo vlug onder in de Waalse gemeenschap, omdat ze, toen ze aankwamen, al in hun eigen taal geschoold waren, terwijl de vroegere inwijkelingen ongeletterd en uitsluitend dialectsprekers waren.

 

Twee belangrijke verschijnselen zijn in de laatste 10 jaar te bespeuren : 1) de terugkeer van veel jonge Vlamingen uit het Walenland naar het Vlaamse land ; 2) de stijging in aanzien van de Nederlandse taal, ondanks een franskiljonse propagande, tengevolge van de volledige vernederlandsing van het onderwijs in de Vlaamse provincies, gepaard gaande met de stijgende economische en culturele welvaart van de Vlaamse provincies, en mede door het feit, dat het aanzien van het Frans flink vermindert. Het besef, dat het Engels - een Germaanse taal - de enige grote internationale taal geworden is, helpt de mensen met minder vaste vooroordelen de talen objectiever te beschouwen.

 

Ook in Wallonië wordt men zich meer bewust van het eigene en bijzonder van de eigen taal.  Deze gunstige ontwikkeling wordt echter geremd door het in bepaalde kringen wijd verbreide waandenkbeeld, dat er vanuit het Nederlands taalgebied een dreiging uitgaat.

 

Sommige Waalse taalkundigen ais Haust en Grandgagnage - toevallig de meest gezagsvollen op dat vlak - hebben objectief aangetoond wat het Waals aan het Germaans en meer bepaald aan het Nederlands te danken had.

 

Een reeks andëren hebben die invloed verzwegen ofwel krampachtig en angstvallig getracht die te minimaliseren.  Deze bewuste houding maakt de wetenschappelijke waarde van hun geschriften betrekkelijk.  Ik zal proberen zo objectief mogeiijk te zijn.  Als Waalssprekende, die Nederlands en Frans kent, moet ik erin slagen.

 

 

(p.75) Hoe gedraagt het Waals zich op het gebied van de klankleer ?

 

1 Waals, Frans en Portugees zijn de enige talen van Europa, die neusklanken hebben.

   b.v. èfant   kind   (F)   enfant           

          tchin          hond                 chien

          laton         zemelen           son

          brun          bruin                 brun

Terwijl de [ỹ]-klank zich in het Frans met de [ẽ]-klank vereenzelvigd heeft en « brin » (= spriet) en « brun » (= bruin) nu allebei br[ẽ] uitgesproken worden, blijft de [ỹ]-klank in het Waals wel onderscheiden.

[ãn] « alans nes ? » (= gaan wij ?), [ẽn] « samwin.ne » (= week), [õn] « djon.ne » (= jong) en [ỹ] « frun.n » (= zouden doen) zijn in het Frans in éénzelfde woord onbekend.

Hierin onderscheidt het Waals zich duidelijk van de Germaanse talen, maar ook gedeeltelijk van het Frans.

 

2 Er zijn in het Waals 43 verschillende hoofdklanken, d.w.z. 7 meer dan in het Frans.  Daarbij komt nog, dat veel klanken, die als zijnde dezelfde beschouwd worden, meestal niet op dezelfde plaats in de mond gevormd worden als de overeenkomende Franse klanken.

In het Frans en Italiaans onbekende klanken zijn :

[ē] trêze (= dertien), sêze (= zestien), guère (= oorlog) têre (= aarde)

[i]  mi (= mij), djiper (= schaterlachen), (N) mei (N) ik (E) in (D) in

[o] tchôd (= warm), hôt (= hoog)

[y] culot (= haarstede), djondu (= getroffen) (N) dun

[å] ahåyî (= bevallen, behagen)

[ø] eûwe (= water), seûwe (= afvoerbuis)

[X] Xhoris (dorpsnaam), moxhe (= vlieg) (N) school (D) machen (Esp) Juan, Jerez

[w] Walon (= Waal), waîtî (= kijken) (N) Wevelgem (E) Windsor

 

(p.76) In het Frans bestaan klanken, die in het Waals onbekend zijn

[∂:] beurre (= boter)

[w] (bilabiaal) oui (N) ja

 

Het Waals heeft 4 klanken meer gemeenzaam met het Nederlands en het Duits en 3 meer met het Engels dan met het Frans.  We hebben daarbij 3 klanken, die de naburige talen niet kennen.

 

3 Wat de opeenvolging van de aanvangklanken betreft, heeft het Waals aile samenvoegingen, die het Frans kent, behalve blw en grw, als in « Blois » (plaatsnaam) en « groin » (= snuit).

In het Waals hebben we er echter een hele reeks, die het Frans niet kent.

[skr]     scrèper(= schrapen)  (N)     skramasaks     (E)       to scrape       (D) -

[spl]     splinke  (= wurgband)(N)     splijten  (E)     spleen   (D) -

[spr]     spritchî(= besproeien)     (N)     sprookje     (E)     spring   (D) -

[str]     strinde  (= klemmen)  (N)     straat    (E)     street    (D) -

[sk]     skèter      (= scheuren)  (N)     (in ontleningen)     (E)     skating  (D) -

[sl]            slaf                 (= loom)    (N)     slapen   (E)     slang     (D) -

[sm]     smiyî       (= verkruimelen)     (N)     smijten              (E)     small     (D)

[sn]     snazer         (= ombrengen)     (N)     sneeuw            (E)     snake   (D)-

[zw]     zwèper           (= jatten)   (N)     zwart                (E)            -     (D)

enz.

 

Deze lijst toont duidelijk, dat erveel klankgelijkenis bestaat tussen Waals en Nederlands, bijna evenveel met Engels en zogoed als geen met het Duits.

 

In het Waals bestaat ook de samenvoeging « chl », als in het woord « chlin » (« pwârter à chlin » betekent : een paal, plank, enz. dragen, waarvan twee of meer mensen de einden vasthouden).  Deze opeenvolging van klanken kennen het Nederlands en het Engels niet, het Duits   wèl, b.v. in « die Schlange », « der Schlamm », enz.

 

[aõ]           aonti (= beschamen)

<bj>         Bjin (plaatsnaam)

<gn gn>   gngno (= knie)

[p∫]           p'chî (= wateren, plassen)

[skl]   sklauchî (= klappen, knalien)

[skw]   skwêre (= winkelhaak)

[spw]   spwè (= specht)

[strw]   strwèt (= smal)

[zb]           sbassener vruchten met een staak neerkloppen)

[zbr]          sbrogneter kneuzen)

[zg]            sgoter   (uitdruipen)

[zgr]           sgrignî   (uitschelden)

enz.

 

N.B.:    Deze klankgroeperingen vindt men natuurlijk ook in andere aan de Germaanse talen ontleende woorden

(p.77) bv. slache (= soort licht schoeisel) chlop (« ènnaler chlop » of « griper chlop » = gaan slapen) chlames (= slijk), chlèk (= soort plaatijzeren band), chnik (= slechte alkohol), enz. komen uit het Duits « Schlamm », « Schleck », « Schnick», enz.

<dj>   dji (= ik), Djan (voornaam), djoker (= ophouden), ...

[t∫]     tchèt (= kat), tchin (= hond), tchinis’ (= rotzooi), ...

 

Twee klankgroeperingen, die in het Waals overvloedig voorkomen, zijn in het Engels ook schering en inslag, maar zijn in de andere omringende talen onbekend, behalve in het Nederlands, waar ze echter ontalrijk zijn.

In de Waalse taal treft men veel tweeklanken met als tweede lid [j]of [w], die in de naburige talen vaak niet bestaan en nooit in het

Frans           :

[aw]     bawer (=blaffen), trawer (= doorboren)       (N) jawel

[i:w]     pîwer (= piepen)                                           (N) nieuw

[pyw]   puwer (= stinken), ruwer (= achteruitslaan) (N) duwen

[bl∂w]  bleuw (= blauw)

[εw]     èwîye (= naald)

[o:w]    rascrauwe (= tegenslag)

[uw]     touwer (= doden)

[u:w]    dji loûwe (= ik (ver)huur)

[ãw]      lanwi (= kwijnen)

[ẽw]      linwe (= tong)

[e:j]       Andréye (voornaam)

[ê:j]       maîy (= mei)

[ø:j]       gueûye (= muil)

[ō:j]       manôye (= kleingeld)

[o:j]       bauyî (= geeuwen)                                       (N)mooi

[Éj]       oyi (= ja), moya (= stom, die niet kan spreken)

 

Aan de andere kant treffen wij in het Nederlands tweeklanken aan, die in het Waals niet voorkomen.

[a:j]  aaien, maalveld, paaien,...

[∂:j]  spuien, trui, ui ...

[e:w] eeuw, geeuwen, leeuw,......

[o:w] kou, mouw, trouwen, ...

 

(p.78) Heel verschillend van het Frans vertoont het Waals enkele gelijkenissen met het Nederlands, maar heeft een betrekkelijk belangrijk aantal eigen tweeklanken en mist er enige, die in het Nederlands echter veelvuldig voorkomen.

 

4 Een stemhebbende medeklinker wordt stemloos op het einde van een woord wanneer hij niet door een stemhebbende gevolgd wordt.

b.v.         baube [p]          =   (N)       ik heb [p]          (E)   lab [b]  (F)   verbe [b]

               rade [t]           =   (N)       ik had [t]           (E)   I had [d]   (F)   malade [d]

               bague [k]          =   (N)          (E)       bag [g]          (F)   bague [g]

               Belge [∫]           =   (N)          (E)       -   (F)       belge [3]

               vâse [s]           =   (N)       vaas [s]           (E)   vase [z]   (F)       vase [z]

               stauve [f]           =   (N)   leven> leef   (E)       love [v]          (F)   vive [v]

In het Waals, het Nederlands en het Duits gebeurt hetzelfde ; in het Frans en het Engels niet.  De Waalse taal sluit zich hier dus bij twee Germaanse talen aan.

 

5 In bepaalde abstraite woorden, die uit het Latijn komen, wordt in het Waals de voorlaatste

klankgroep lang uitgesproken, evenals in het Nederlands, Engels en Duits.  Ook valt in

voornoemde 4 talen , de klemtoon op de voorlaatste klankgreep, in het Frans op de laatste.

b.v. administrâcion                  (N) administratie (F) administration

       dèmonstrâcion                         demonstratie       démonstration

        nâcion                                     natie                    nation

 

6 De beklemtoning van veel Waalse woorden was vroeger verschillend van die van het overeenkomstige Franse woord.  Onder de invloed van het Frans is nu de beklemtoning naar achteren geschoven.

In sommige gevallen wordt de vroegere beklemtoning vooraan in het woord behouden.  De zinsmelodie is anders dan in het Frans of het            Nederlands.

b.v. (W) Dji tè l' dîrè.   (F) Je t' le dirai.

              I mè l'dimande.   I  m' le demande.

In « dîrè » is de eerste klankgreep sterker beklemtoond dan de tweede - toch niet veel - ; in

« dirai » is de tweede klankgreep sterker beklemtoond dan de eerste.  Hier moet gezegd worden, dat de (p.79) beklemtoning in het Waals zwak is, zwakker zelfs dan in het Frans.  Dit lijkt wel vreemd, daar de naburige Germaanse talen wèl beklemtoond zijn, maar is de uitleg niet te vinden in de verschuiving van die klemtoon, die nog even blijft aarzelen ?

In « dimande » valt de klemtoon op de tweede klankgreep, maar de eerste wordt toch duidelijk uitgesproken ; in het Franse « demande » wordt de tweede klankgreep beklemtoond, maar hier wordt de klinker van de eerste niet eens meer gehoord.

De zinsmelodie vertoont een beklemtoning van de tweede klankgreep in het Waals en van de derde in het Frans.

Woorden als « comincî » (= beginnen), « mindjî » (= eten (voor mensen», enz. worden niet op de laatste klankgreep beklemtoond, terwijl de Franse woorden « commencer », « manger », enz. de laatste klankgreep beklemtonen.

Het lijkt misschien vreemd, dat « comincî » niet op de eerste klankgreep beklemtoond is en men zou meteen kunnen denken aan een verschuiving van de klemtoon, maar “com-“ is een voorvoegsel (uit het Latijn « cum-initiare ») en is daarom niet beklemtoond. « initiare » bestond trouwens ook met dezelfde betekenis.

 

7 De plastiek van de taal, d.w.z. het oproepen van beelden en denkbeelden door klanken, is in het Waals vrij aanwezig, b.v. in

agrawyî     (N)     vastklampen (F)     accrocher       

agrifter                  aanhaken     accrocher

bizer                      biezen (ww)     filer               

bloknasse              stoer     robuste       

bomèl                    opgeblazen     enflé, bouffi   

bourloufer             tuimelen     dégringoler

brotchî                       als pasta naar buiten vloeien        ?

chîmer                        slijpen                  aiguiser

drachî                    stortregenen          pleuvoir à verse 

fafouyî                   stotteren                bafouiller

fritchî èvôye           wegsluipen            s'esquiver

hagnî                     bijten                     mordre

hatchî                    hakken                  hacher

lofer                      smakken               manger avec bruit

à la michtonflûte         onverzorgd            sans soin

nifter                           neuzen                  fureter    

(p.80) p'chî          pissen          pissen

pîler                             kwetteren          piailler

ratchatchas          gekrabbel          griffonage

ratchaweter,          over vertellen          rapporter

reûmyî          herkauwen      ruminer"

ridjiper          schaterlachen   écliter de rire

risbiketer          terugspringen   rebondir

sbrogneter          kneuzen          meurtrir

sklauchî          klappen          claquer, lancer(D)          klatschen

spiter                          spatten          éclabousser    

spritchî          stralen          jaillir          (D)          spritzen

sprognî          snuiven          s'ébrouer         

stitchîsteken          introduire          (D)          stechen

tatache          kletskous          bavarde

tchauborer          bekladden          barbouiller

tchiketer          juist treffen          toucher juste

tribouyî          beuzelen          chipoter

wachoter          schudden          secouer  

zûner                           zoemen                bourdonner          

 

De oproepende kracht van de Waalse woorden, die uit deze vergelijking blijkt en ten opzichte van de andere twee vermelde talen merkwaardig naar voren komt, beperkt zich niet tot de bovenvermelde woorden.  Men moet echter twee dingen voor ogen houden :

1. We vertrekken van Waalse voorbeelden. -

2. Een niet te verwaarlozen aantal van die Waalse woorden komt uit een Germaanse taal of is er nauw mee verwant.

 

De slotsom van deze vergelijking, die zich tot de klankleer beperkt, en de woordvorming, de woordenschat, de vormleer en de syntaksis niet in ogenschouw neemt, is, dat de Waalse taal zich wel tussen de Romaanse en de Germaanse talen beweegt.

Een beschouwing van de andere bestanddelen van de taal zou deze bewering bekrachtigen.

08:54 Gepost door Waals, vierde taal in Belgi in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.